SCHENKINGEN

Onderstaande tekst is de beknopte weergave van (een deel van) onze syllabus 4-TESTAMENTEN EN SCHENKINGEN (pagina 185)

- voor de volledige tekst van de syllabus klik op 4-Erfenissen en schenkingen.pdf

- of klik boven op Recht en klik verder op 4- Testamenten en schenkingen.pdf 

 

Voor de zgn. schenkingsrechten = de belastingen verschuldigd op schenkingen klik op SCHENKINGSRECHTEN.

 

4.3.1     TESTAMENTEN EN SCHENKINGEN: gemeenschappelijke bepalingen

 

- Burgerlijk wetboek (BWB): www.belgischrecht.be/codex.asp.                 

 

4.3.1.1  Toestemming 

 

Een schenking is een contract: de wil van de schenker = het aanbod moet samenvallen met de wil van de begunstigde = deaanvaarding.

 

Een testament daarentegen is een eenzijdige akte. Niettemin sorteert het maar effect t.a.v. de begunstigde als deze het, na het overlijden van de testator, uitdrukkelijk of stilzwijgend aanvaardt: men kan spreken van een aanvaarding post mortem.

- Zie AANVAARDEN ERFENIS

 

4.3.1.2  Bekwaamheid (art. 901-911 BWB)

 

Om te beschikken, bij testament of bij schenking, moet men gezond van geest zijn + bekwaam. 

Meerderjarigen kunnen beschikken over hun gehele vermogen, 16-jarigen over de helft ervan.

 

Om te verkrijgen moet men verwekt zijn op het ogenblik van de schenking of het overlijden van de erflater (= algemene vereiste).

Een voogd kan niet verkrijgen van iemand die onder zijn voogdij staat (art. 411 BWB), artsen, apothekers, bedienaars van een eredienst en (sinds juni 2003 ook) afgevaardigden van de Centrale Vrijzinnige Raad, beheerders en personeelsleden van rust- en verzorgingstehuizen of van een andere collectieve woonstructuur voor bejaarden (+ hun echtgeno-ot/-te, ouders, kinderen en andere afstammelingen) kunnen niet verkrijgen van wie zij tijdens hun laatste ziekte/levensfase medisch of moreel behandelden/bijstonden (art. 909 BWB) (= specifieke vereiste).

Er geldt voor hen een niet weerlegbaar vermoeden van captatie = beïnvloeding: ook als de beïnvloeding niet bewezen is volstaat een klacht van de wettelijke erfgenamen om de schenking of het testament ten gunste van de arts enz. te laten annuleren.

Als de wettelijke erfgenamen van de schenker of erflater ermee akkoord gaan kunnen artsen enz. wél verkrijgen.

En artsen enz. kunnen ook verkrijgen van eigen familieleden die ze behandelden enz.

 

4.3.1.3   Voorwerp

 

Schenkingen en testamenten moeten een bepaald of bepaalbaar voorwerp hebben.

 

4.3.1.4   Oorzaak

 

De oorzaak (= het waarom) van schenkingen en testamenten moet geoorloofd zijn d.w.z. niet strijdig met de openbare orde en/of de goede zeden.

 

Erfstellingen over de hand = beschikkingen waarbij de erflater de begunstigde ermee belast het geschonken goed te bewaren en na zijn dood aan een derde door te geven, zijn verboden, behalve voor ouders ten gunste van hun kinderen en voor kinderloze ooms en tantes ten gunste van hun neven en nichten (art. 896-897 BWB).

 

- Lees ook art. 898-900 BWB.

 

Schenkingen en testamenten onder verboden voorwaarden, die bijv. de vrijheid van woonplaats of huwelijk beperken, zijn eveneens uit den boze.

 

4.3.1.5   Vorm

 

Schenkingen en testamenten moeten worden opgemaakt in een bepaalde vorm = formaliteit.

 

4.3.3      SCHENKINGEN

 

Men kan vrij over zijn vermogen beschikken in een testament maar ook d.m.v. een schenking.

Maar opgelet!  Men moet rekening houden met de wettelijke rechten van bepaalde familieleden = de reservataire familieleden, die niet (volledig) kunnen onterfd worden. Men moet hier rekening mee houden als men een testament schrijft maar ook als men een schenking doet (zie VOORBEHOUDEN ERF(DEEL)).

Erfgenamen die bijv. vroeger reeds teveel kregen zullen dit moeten teruggeven = inbrengen (zie INBRENG (ERFRECHT)).

 

Een schenking bewerkstelligt een overdracht onder de levenden: een fysiek persoon = de schenker schenkt aan een ander fysiek (of juridisch) persoon = de begunstigde.

 

Men kan schenken wat men wil (onroerende of roerende goederen...), zoveel men wil (zijn gehele vermogen of een deel ervan), met of zonder voorwaarde(n).

Schenking met beding van terugkeer = onder voorwaarde dat de schenking terugkeert naar de schenker als die nog in leven is bij het overlijden van de begunstigde. (Zie hieronder: Wettelijke en contractuele terugkeer.)

- Schenking met uitsluitingsbeding = onder voorwaarde dat bijv. de echtgenote van je zoon aan wie je schenkt later, bij het overlijden van je zoon, niets verkrijgt.

- Schenking met vervreemdingsverbod. Maar de rechtspraak aanvaardt zo’n verbod alleen voor de tijd dat de schenker nog in leven is. (Een testamentaire beschikking met vervreemdingsverbod is sowieso uit den boze, want strijdig met een van de basiselementen van het eigendomsrecht: het recht van beschikking.)

- Schenking met behoud van vruchtgebruik

 

Ook aan een schenking van hand tot hand kan een voorwaarde gekoppeld worden.

- Over de schenking van hand tot hand zie verder: 4.3.3.4.

 

4.3.3.1   Een schenking is een tweezijdige handeling = contract

 

Een schenking impliceert de wilsuiting van de schenker = het aanbod + de wilsuiting van de begunstigde = de aanvaarding.

Uitzonderlijk is geen uitdrukkelijke aanvaarding vereist, nl. wanneer derden een schenking doen in een huwelijkscontract n.a.v. het huwelijk van de begunstigden (art. 1084 e.v. BWB).

 

De schenker overhandigt de geschonken goederen materieel aan de begunstigde (‘traditio’).

 

Gaat het om een schenking van toekomstige goederen dan spreken we van een contractuele erfstelling.

 

4.3.3.2   Een schenking heeft een dadelijk effect

 

De overdracht van de schenker aan de begunstigde sorteert onmiddellijk effect.

 

4.3.3.3   Een schenking is onherroepelijk

 

Zodra het aanbod van de schenker door de begunstigde is aanvaard wordt de schenking onherroepelijk. Ook schenkingen in een huwelijkscontract zijn in de regel onherroepelijk (>).

Maar de echtgenoot die een in overspel verwekt kind erkent verliest de voordelen van de schenking die hem in het huwelijkscontract door de mede-echtgenoot waren toegekend tenzij deze bij notariële akte te kennen geeft het huwelijkscontract op dat punt te willen handhaven (art. 334ter BWB).

 

Uitzonderlijk kan een schenking herroepen worden na de aanvaarding (art. 953 e.v.):

- tussen echtgenoten wanneer het een schenking betreft buiten huwelijkscontract (<) (art. 1096 BWB)

- wanneer de begunstigde de afgesproken voorwaarden niet vervult (art. 954 e.v. BWB)

- wegens ondankbaarheid (art. 955 e.v. BWB)

Er is ondankbaarheid als de begunstigde een aanslag pleegde op het leven van de schenker of zich tegenover hem schuldig maakte aan mishandelingen, misdrijven of grove beledigingen of weigerde hem levensonderhoud te verschaffen.

 

Wettelijke en contractuele terugkeer

 

De wet voorziet dat goederen, geschonken door een ouder aan een kind, automatisch terugkeren naar de schenker wanneer het kind vooroverlijdt zonder descendenten achter te laten (= wettelijke terugkeer).

Let wel: dit is alleen het geval als die goederen nog in natura aanwezig zijn.

(Laat het vooroverleden kind wel descendenten achter dan blijven de geschonken goederen in de erfenis van dit kind en zal het geërfd worden door diens descendenten.)

Wettelijke terugkeer wordt beschouwd als een erfenis, er zijn dus erfenisrechten op verschuldigd.

 

Men kan dit financiële nadeel van de wettelijke terugkeer omzeilen: het volstaat in de schenkingsakte een beding van conventionele = contractuele terugkeer te voorzien. M.a.w. men noteert expliciet in de schenkingsakte dat men overeenkomt dat de geschonken goederen zullen terugkeren naar de schenker als het begunstigde kind kinderloos vooroverlijdt.

Dan wordt verondersteld dat de schenking nooit plaatsvond en zijn er (dus) geen successierechten verschuldigd.

Conventionele terugkeer is mogelijk ingeval van een schenking ten gunste van een kind (kinderloos of niet), maar ook van een echtgenoot, een familielid, een niet familielid...

(Art. 951-952 BWB.)

 

- Zie ook hierboven: 4.3.3 - beding van terugkeer, en www.notaris.be/erven-schenken/schenkingen:-burgerrechtelijk/als-de-begiftigde-sterft-voor-de-schenker.

 

4.3.3.4   Een schenking is een vormelijke (formele) akte

 

Een schenking komt tot stand in de vorm van een notariële akte (art. 931 e.v. BWB).

Zoals hierboven (4.3.3) vermeld kunnen aan schenkingen voorwaarden worden gekoppeld: dan moeten deze opgenomen worden in een aanvullend contract = ‘pacte adjoint’.

Een schenking van roerende goederen vereist bovendien een staat van schatting, ondertekend door schenker en begunstigde, gehecht aan de minuut van de schenking (art. 948 BWB).

De minuut is de originele akte, bewaard bij de notaris.

Na de opmaak laat de notaris de schenkingsakte registreren op het kantoor van registratie.

- Info over de registratiekantoren op http://annuaire.fiscus.fgov.be/qw/index.php?lang=nl > Zoeken via... > Administratie: (“AKRED”) > Dienst: (“Registratiekantoor”).

 

Op de geschonken waarde zijn schenkingsrechten verschuldigd.

- Zie SCHENKINGSRECHTEN 

 

Bij wijze van uitzondering mogen materieel overdraagbare goederen geschonken worden zonder enige bijzondere formaliteit: een overdracht van hand tot hand = handgift volstaat.

Materieel overdraagbare goederen zijn lichamelijke roerende goederen (een auto, juwelen, geld, meubelen, schilderijen...) en titels aan toonder (aandelen, obligaties, kasbons...) - titels op naam horen er dus niet bij.

Ook aan schenkingen van hand tot hand kunnen voorwaarden gekoppeld worden (zie hierboven: 4.3.3).

Voor een schenking van hand tot hand zijn dus geen tussenkomst van een notaris vereist en geen registratie, en er zijn geen schenkingsrechten verschuldigd.

Maar als de schenker binnen 3 jaar na de schenking overlijdt wordt de waarde van de geschonken goederen bij de nalatenschap gevoegd om de erfenisrechten te bepalen.

 

Omdat de Vlaamse overheid de schenkingsrechten op roerende goederen gevoelig verlaagde (tot 3% resp. 7%) laten steeds meer Vlamingen hun handgiften toch registreren (al is dat dus niet verplicht). Als de schenker binnen 3 jaar overlijdt zijn er dan geen successierechten meer verschuldigd (volgens het principe ‘non bis in idem’).

 

Onrechtstreekse en verdoken schenkingen vereisen evenmin een bijzondere formaliteit.

Bedingen ten gunste van een derde, een schuld kwijtschelden, een factuur betalen voor iemand anders... zijn onrechtstreekse schenkingen. Let wel: als de schenker binnen de 3 jaar na de schenking overlijdt zijn er successierechten verschuldigd.

Verkopen zonder de prijs te vragen is een verdoken schenking.